Periodes

Het is en blijft moeilijk om hierover te schrijven, maar diep van binnen weet ik dat ik dit moet doen. Van mijzelf natuurlijk, want ik laat mij niet dwingen. Het is belangrijk voor mij om jullie dit te vertellen. En ik weet niet waarom, maar het voelt goed. Ondanks het feit dat het erg moeilijk voor mij is.

Mijn leven kan ik opdelen in verschillende periodes. Een periode van mijn leven, is de tijd vlak voor en tot maanden na mijn longembolie. Deze periode kan ik omschrijven als de meeste intense periode die ik tot nu toe heb ervaren. Ik denk er niet graag aan, maar ook wel weer. In het begin gaf het mij alleen verdriet en angst. Hier wil ik graag over praten. Later ging het beetje bij beetje weg, en werd het grootste gedeelte vervangen door zelfrespect en het weten dat ik sterk ben.

Er zijn grote stukken van deze periode die ik niet meer weet. Het is een soort zwarte wazige vlek voor mij. Wanneer mensen daarover praten, kan ik mij het nog steeds niet herinneren. In mijn periode van mijn longembolie zijn er vijf stukken. Het eerste stuk is vlak voor de gebeurtenis, het gedeelte dat alles steeds minder lekker leek te gaan. Ik voelde mij niet fijn, ik zat niet lekker in mijn vel. In die tijd dacht ik dat ik een griepje had te pakken, dan voelt iedereen zich niet lekker. Mentaal en fysiek niet. Maar het ging van kwaad tot erger. Ik lag dagen op bed en probeerde mijn rust te pakken zover ik kon uitrusten, sinds ik een nogal rusteloos persoon ben. Ik kan nooit stil zitten, ik moet altijd iets doen. Het stuk daarna is het stuk van mijn longembolie zelf. Hier heb ik al over geschreven.

Wat er daarna komt, leek voor mij niet zo heel belangrijk te zijn. Ten minste, dat heb ik al die tijd gedacht. Totdat ik vanochtend met mijn vriendin Eline belde en wij praatten over de tijd na mijn longembolie. Het heeft mij wakker geschud dat daar ook zeker belangrijke dingen uit te halen zijn. Bepaalde aspecten laten mij zien wie ik nou werkelijk ben.

De eerste vier dagen heb ik op de intensive care gelegen. Hier herinner ik mij verschrikkelijk weinig van. Toen ik ‘wakker’ werd en voor het eerst werkelijk waar bij bewustzijn was, had mijn moeder mijn hand vast. Op dat moment kon ik niets. Ik kon mijn hand niet eens optillen om haar hand beter vast te pakken. Het was onmogelijk, ik kon niets. Het enige wat ik kon, was denken. Het enige wat ik kon denken, was: waar ben ik? Wat is er gebeurd? Waarom voel ik mij zo? Waarom kan ik niets? Waarom kijken mama en papa niet naar mij, waarom zien zij niet dat ik wakker ben? Kijk alsjeblieft naar mij, ik ben wakker, ik leef! Vervolgens liet ze mijn hand los. Dat moment is een belangrijk moment geweest. Ik raakte in paniek. Ik besef nu hoe belangrijk aanrakingen zijn, hoeveel ze voor iemand kunnen betekenen. Met mijn moeders hand op de mijne had ik het gevoel dat ik de wereld aan kon, het gaf mij kracht. Omdat ik onbewust wist dat ze wist dat ik het kon. Dat ze van mij hield. Net als mijn vader die naast haar stond. Maar ik gleed weer weg naar een diepe slaap, gezien mijn lichaam niet in staat was om ook maar iets anders erbij te kunnen voelen. Hij schakelde mijn geest als het ware uit. Ik was weg. Alleen.

Iets wat ik nog meer heb geleerd is het gevoel alleen. In mijn stuk die ik over mijn longembolie geschreven heb, schreef ik dit:

“Niemand krijgt mij klein. Niemand doet mij pijn. Ik kan mijzelf alleen pijn doen. Mijn lichaam kan mijn ziel alleen maar pijn doen. Als het je overkomt ben je machteloos. Je bent niets. Het gebeurt en je kunt niets doen, je zult niets kunnen doen en je kan niets. Je bent immers niets. En wat er gebeurt is alles.

Je bent alleen, maar je bent tegelijkertijd ook met iedereen en alles. Je bent met liefde. Je bent met leed. En je bent vooral met jezelf. Jij bent alleen. Je bént alleen. Alleen ben jij. Alleen is jou.

Hou van alleen zijn en je houdt van jou. Je houdt van hoe je bent, wie je bent. En wát je bent.

Je houdt van alleen. Het alleen wat je nog nooit bent geweest. En niet het alleen als alleen voelen. Maar het alleen als alleen zijn. Het alleen als de enige zijn. Het alleen als de enige die het beseft.

De enige ben jij. Jij bent alleen. En alleen is de enige. Het enige ben jij.

Alleen is samen.
Samen is alles waar je van houdt.”

Nu ik dit weer lees, besef ik mij nog beter wat ik met die woorden bedoel. Ik hoop dat anderen dit ook beseffen, begrijpen. Het is vaak moeilijk om iets te omschrijven, maar het omschrijven van dat stuk was het simpelste wat ik in mijn hele leven heb moeten doen. Want ik wist beter en meer dan ooit wat ik er mee bedoelde, wat het betekende. En dat is iets wat belangrijk is in het leven. Belangrijk om jezelf te begrijpen.

Dat stuk omschrijft hoe ik mij voelde. Beter dan dat zou ik het niet kunnen omschrijven. Aan de ene kant wil ik iemand ontmoeten die precies dát heeft meegemaakt, maar aan de andere kant ben ik bang dat dat te confronterend is voor mij. Dat ik daardoor weer in een bepaalde sleur terecht kom, waarin ik ook een poos heb gezeten na mijn longembolie.

Ik zat op bed en ik voelde wat in mijn benen. Het was die rare vreemde angstige pijn weer. Ik raakte in paniek. Aan de ene kant durfde ik er niet mee naar mijn ouders, omdat ik wist dat ik mijn ouders bang zou maken. Maar aan de andere kant, ik was zo verschrikkelijk bang dat mij weer hetzelfde zou overkomen. En ik was zo verschrikkelijk bang dat ik daar niet sterk genoeg voor zou zijn. Dat ik het deze keer niet zou halen. Maar ik deed het toch, omdat mijn ouders toch mijn ouders blijven. Het was moeilijk, dat zeker. Het was nog moeilijker om mijn moeder in paniek te zien en mijn vader horen te zeggen dat ik mijn moeder overstuur maakte. Ik wist wat ik had gedaan, maar ik was te egoïstisch om mij daar iets van aan te trekken, gezien ik nog steeds van mening ben dat niemand zich zo bang kan voelen als ik mij ooit gevoeld heb. Bang zijn is iets simpels. Je hebt het gevoel of niet. Ik heb altijd gedacht dat er twee fases zouden zijn: het bang zijn en het bang zijn op een manier dat je bang bent dat je het niet kunt handelen. Maar er bleek nog een fase te zijn: het zo bang zijn dat je letterlijk vreest voor je leven. Nu zullen veel mensen wel beweren dat zij die fase ook wel eens ervaren hebben, maar ik durf nu al te zeggen dat die liegen. Mocht je niet mijn omgeschreven gevoel van alleen zijn herkennen, dan heb je dat niet ervaren. Het is zo intens. Die manier van bang zijn. Je vreest letterlijk voor je leven, gezien het feit dat je op dat moment voor jouw leven vecht. Je beseft zoveel dingen tegelijk, dat je niet meer helder kunt nadenken. Jouw lichaam vecht voor het bestaan. En jouw ziel vecht tegen het besef, sinds het besef daarvan te intens is.

In mijn derde periode van mijn longembolie heb ik een moment meegemaakt die mij ook heeft laten nadenken. Mijn hele periode van mijn longembolie heeft mij laten nadenken. Dat moment was toen ik na enkele dagen nog steeds geen kaartje of berichtje van mijn klasgenoten had ontvangen. Ik dacht op dat moment echt dat ze niets om mij gaven, dat niemand iets om mij gaf. Het was zo’n moment dat je het even allemaal niet meer ziet zitten. Het was eng. Ik dacht voor een moment dat ik er echt alleen voor stond, ondanks alle steun en berichten die ik wel heb ontvangen van familie en vrienden. Ik begrijp nog steeds niet waarom ik mij daar zo druk om heb lopen maken, want ik kreeg gewoon een kaartje vlak na dat moment. Maar het heeft mij wakker geschud hoeveel anderen onbewust voor jou betekenen. Ik heb zo vaak geroepen dat mij het niets uitmaakt wat anderen van mij denken of wat zij over mij zeggen, maar na dat moment besefte ik mij dat ik daar zeker wel over in kan zitten.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s