Rotterdam

Die zondagochtend kwamen wij aan op het hoofdstation van Rotterdam. Het was ontzettend rustig. Ik keek om mij heen en zag tot mijn verbazing geen enkel persoon die in opdracht de boel in de gaten hield. Er waren genoeg mensen die net als mijn vriendin Eline en ik alles goed in de gaten hielden, bang dat er iets zou gebeuren. Maar niet een persoon met uniform was er niet te bekennen. Vreemd. Het gaf mij spontaan een onveilig gevoel. Je zou toch denken dat men geleerd heeft van alle ellende in Parijs? Niet dus. Tenminste, dat leek er niet op.

Ik vroeg mij af waar zij waren. Die mensen die de veiligheid van de burgers zouden moeten optimaliseren. De media beweert dat zij er zichtbaar zouden zijn, maar er was geen spoor van hen te bekennen. Met mijn koffer achter mij aan getrokken en mijn groene rugzak op mijn rug, liep ik de hal van het treinstation af richting het spoor van de Thalys. Ik verwachtte daar op z’n minst een grote controle, zodat men er zeker van zou zijn dat er geen personen met nare ideeën mee zouden meereizen naar Parijs. Maar ik werd alweer teleurgesteld. Geen enkel spoor van beveiliging of een controle.

Het maakte mij kwaad van binnen. Waarom werd er niet gecontroleerd? Ik hoopte ondertussen dat er wel personen waren die undercover surveilleerden, hoewel ik van mening ben dat zichtbare beveiliging bevorderlijker is voor het gevoel van veiligheid van de burgers. Ik bedoel, mocht er een gek in de menigte proberen te schieten, kan een militair diegene makkelijker uitschakelen.

Toen ik samen met Eline de Thalys in stapte, kwamen wij niemand tegen die onze ID wou controleren. Na een uur werd er pas gecontroleerd op treinkaartjes. Nog een half uur later besloot ik metro kaartjes te kopen in de Thalys, gezien er telkens werd omgeroepen dat dit mogelijk was. We bedachten al dat dit ons veel tijd zou gaan schelen. Ik zou alleen naar die balie lopen.

Drie coupés verder kon ik niet doorlopen. Ik werd tegen gehouden door een aantal mannen die vluchtig gebaarden naar mij dat ik afstand moest nemen. Natuurlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en keek ik voorzichtig langs de levende, in opdracht opgezette, muur van mannen. Achter deze zogenaamde muur stond een blanke man die door drie militairen in de gaten gehouden werd, terwijl twee andere mannen hem fouilleerden. Een vrouw stond een stukje verderop met haar collega een identiteitskaart te vergelijken met een paspoort. Ook een koffer werd onder de loep genomen en zorgvuldig en vooral voorzichtig doorzocht. Het leek alsof ik in een verkeerde film was terecht gekomen.

Een naar gevoel in mijn onderbuik bekroop me. Meerdere medepassagiers keken angstig in mijn richting en probeerden van mijn gezicht af te lezen wat er precies aan de hand was. Maar ik wist en weet niet meer dan ik zag.

Opeens werd de deur open getrokken, werd ik in het Frans afgesnauwd naar mijn mening en werd ik langs de militairen en andere mannen en vrouw naar de andere kant van de coupé gestuurd. Verward stond ik dan daar, angstig aangekeken door de menigte. Ik voelde dat de sfeer bekrompen was. De man werd terug gebracht naar zijn plaats, waar hij verontwaardigt zijn verhaal in het Frans begon te doen tegen de man naast hem. Ik besloot door te lopen om de metrokaartjes te halen.

Eenmaal bij de balie aangekomen, werd mij verteld dat ik ze beter op het metro station in Parijs kon kopen, gezien dat veel goedkoper was. Na de vrouw vriendelijk bedankt te hebben, besloot ik om weer terug naar mijn zitplek te gaan. Onderweg kwam ik een soortgelijke situatie tegen als daarvoor: midden in de coupé werd een koffer voorzichtig opengemaakt terwijl een vrouw gefouilleerd werd. De sfeer was alweer gespannen en ik moest aan de andere kant van de coupé gaan staan. Een meisje begon tegen mij te praten. Ik maakte haar duidelijk dat ik amper Frans sprak, waarop zij vertelde dat zij ook Nederlands kon.

Ze vertelde dat ze alleen was, onderweg naar vrienden in Parijs. En ook dat ze ontzettend bang was. Ik probeerde haar gerust te stellen en bedacht mij dat Eline niet zou weten of ik in orde was, en andersom, als het nu zou escaleren. Dat gevoel maakte mij onrustig. Het was nu wel genoeg geweest, dacht ik bij mijzelf. Na enkele minuten moest ik er weer snel langs en werd de vrouw en haar bagage met rust gelaten. Ik ging terug naar mijn plek en vertelde Eline wat er zich had afgespeeld. Deze stress was niet nodig geweest als men iedereen gecontroleerd had voordat men in de Thalys zou stappen. Bedankt regering.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s