Bedankt voor de tweede kans

“Toen ik op de boot zat, was ik zo bang. Maar God heeft ons veilig gehouden en ervoor gezorgd dat wij een tweede kans krijgen in Europa, omdat wij hebben aangetoond dat wij geen kinderen willen vermoorden.” Mouaz kijkt strak naar het water voor zich. Het is maar een gracht in het centrum van Zwolle, maar toch brengt het hem terug naar toen. “Op de boot besefte ik dat mijn geloof echt is en niet opgedrongen door Assad.”

De 27-jarige Mouaz All Shallk is een van de vele vluchtelingen uit Syrië. Assad wou hem en vele andere jongeren in het leger hebben, vlak voordat de oorlog in Syrië begon. Mouaz vluchtte met zijn ouders naar Egypte, om daar aan de studie rechten te beginnen. Na enkele jaren bleek hij daar ook niet veilig te zijn. Egypte wilde hem het liefst zo snel mogelijk weghebben en Assad wou hem zo snel mogelijk terug hebben. “Ze denken in Egypte dat wij Syriërs allemaal terroristen zijn.” Maar alle landen in die regio hebben toch juist dezelfde gedachtegang? “Dat dacht ik ook,” mompelt Mouaz teleurgesteld. Hij trekt zijn knieën op en zucht. We zitten op het gras aan de gracht van Zwolle. Het is rustig in het parkje. “Blijkbaar is alles wat ik over de rest van de wereld heb geleerd in Syrië niet waar. Ze zeiden dat de Verenigde Staten onze vijand is, maar ondertussen zijn er wel allerlei praktijken gaande tussen de overheid van de VS en Assad.”

De cultuur verschillen
Mouaz herinnert zich het samen zijn in Syrië. “Het is daar heel anders dan in Nederland. Hier loopt iedereen de hele dag op zijn telefoon te kijken. De mensen zijn heel individueel in dit land, maar in Syrië hebben we juist echt menselijk contact. Familie is daar ook heel belangrijk. Toen ik hier kwam, moest ik met een andere bril kijken,” glundert Mouaz trots nadat hij het Nederlands gezegde heeft uitgesproken. We praten verder over de Nederlandse taal. Of er woorden zijn die hij moeilijk vindt om uit te spreken. Mouaz denkt na, maar komt er niet zo snel op. “Wat ik wel weet is, dat het in Syrië heel normaal is om een klein kind een aai over zijn of haar bol te geven. Toen ik hier voor het eerst in Nederland was, zag ik een klein meisje in de supermarkt. Ze zat in de kinderwagen. Ik zei haar gedag door haar een aai over haar bol te geven, maar de vader van het kindje kon dat niet waarderen. Ik heb hem uitgelegd dat wij dat doen in Syrië. De man vertelde mij dat het niet zo hoort in Nederland. Sindsdien durf ik dat niet meer te doen,” lacht Mouaz. “Ik herinner mij trouwens een woord dat ik niet goed kan uitspreken. ‘Officieer van Justitie.’ Dát is echt een heel moeilijk woord voor mij!”

De ganzen aan het water schrikken op wanneer Mouaz de radio aanzet op zijn telefoon. Het is drie uur. Op Skyradio wordt het nieuws voorgelezen. “Een 17-jarige jongen is in de nacht van zaterdag op zondag neergestoken in Terneuzen.” Mouaz slaakt een zucht, mompelt ‘oh’ en slaat zijn blik vol medeleven neer. Nadat het nieuwsbulletin voorbij is, legt hij zijn telefoon weer weg. “Wat ik mij verder herinner van Syrië, zijn de geweldige Suikerfeesten die wij daar hadden na de Ramadan. Maar sinds ik in Nederland ben, zijn de Suikerfeesten niet meer zo leuk. Dan huil ik aan de telefoon als ik met mijn moeder en vader bel. Zij zitten nog in Egypte. Ik mis ze.” Mouaz’ twinkeling in zijn ogen verdwijnt als sneeuw voor de zon. Hij kijkt terneergeslagen naar me. Ongelooflijk dat zo’n fijne herinnering een totaal ander gevoel kan krijgen.

Gang van zaken in Syrië
“Als ik aan Nederland denk, denk ik aan vrijheid van meningsuiting. Voordat we in Syrië het schoolgebouw in mogen, staan wij in rijen voor het gebouw. We moeten groeten – dezelfde groet als de soldaten – en zingen. Ongeacht in welke regio je bent, hangt er een foto van Assad boven ieder schoolbord. In ieder schoolboek kun je ook een foto vinden. Verder heeft iedereen een boekje dat ‘Arabisch nationalisme’ heet. Ik vind dat allemaal niet prettig.” Mouaz slaat zijn blik neer en frunnikt aan het plastic mapje met onder andere een certificaat dat hij in Nederland heeft behaald. “Wij leerden vroeger dat de muren oren hebben,” gaat hij uiteindelijk verder. “Toen ik jong was en ik was boos, wilde ik de foto van Assad bedekken. Maar dat mag niet. Als je hem beledigd, kan jij of je hele familie de gevangenis in gaan voor vijftig jaar of langer.” Hij stopt zijn monoloog. Twee eenden waggelen onze kant op. Mouaz begint te schateren en vraagt of ik dieren net zo geweldig vind als hij. Daarna wendt hij zijn hoofd af van de eenden en vertelt hij verder. “Hier is iedereen overigens wél gelijk. In Syrië is dat niet zo.” Mouaz legt uit dat het te zien is aan de scholen. Hier gaat iedereen naar dezelfde school, ongeacht of je arm of rijk bent. In Syrië gaan de rijken naar andere scholen dan de armen. Als je in Syrië arts wilt worden en je komt uit een arm gezin, dan gaat dat een hele moeilijke weg voor je worden. Hier kan iedereen doen wat hij of zij wil. “Maar verder was Syrië een geweldig land hoor! Je moet nu niet denken dat we het voor de oorlog heel slecht hadden, want dat is niet zo!”

De boottocht 
De mensensmokkelaars zijn barbaars. Ze romantiseren de boottochten van Egypte naar Italië, terwijl het een grote hel is. De smokkelaars maken de vluchtelingen wijs dat zij niets mee hoeven te nemen op de boot, zoals eten of drinken, omdat alles al aan boord zou zijn. Volgens hen duurt de tocht ‘maar’ drie dagen. En als het dan zover is en alle vluchtelingen zitten hysterisch huilend van de spanning op de boot, dan blijken het veertien lange dagen zijn zonder het beloofde eten of drinken aan boord. Honderden mensen delen hun enige bezittingen om ervoor te zorgen dat iedereen in leven kan blijven. Het is donker en koud. IJskoud. “Ik heb gehuild. Ik wou niet meer huilen, maar het is moeilijk. Ik moet nu weer bijna huilen.” Bedroefd wendt Mouaz zijn blik van mij af. Hij staart naar de groep meiden die op een plank in de gracht voorbij peddelen, gevolgd door een groep motorbootjes. “Ik heb ook een bootje. Zou je mee durven te gaan op mijn boot?”, vraag ik hem spontaan. Geschrokken kijkt Mouaz op. Hij lijkt even naar adem te snakken. “Nee. Nooit. Mij krijg je nooit meer een boot op. Ik was zo bang.. nee. Nee dat doe ik niet.” Gekweld staart hij mij aan. “Nooit.”

Goede foto 2.JPG

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s